aanrijden

aanrijden
{{aanrijden}}{{/term}}
I 〈onovergankelijk werkwoord〉
[rijden in een richting] drive/ride up
voorbeelden:
1   bij iemand aanrijden pull up at someone's house
     aanrijden op drive/ride towards
II 〈overgankelijk werkwoord〉
[botsen tegen] collide (with)crash (into), run into
voorbeelden:
1   hij heeft een hond aangereden he hit a dog
     tegen een muur aanrijden run/crash into a wall

Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels. 2015.

Игры ⚽ Поможем решить контрольную работу

Share the article and excerpts

Direct link
Do a right-click on the link above
and select “Copy Link”